|
Identiteit mag niet ten koste gaan van de vrijheid |
|
|
Monday 04 May 2009 |
In Nederland kunnen mensen zichzelf zijn. Dat vinden zowel autochtonen als allochtonen. Dit blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2009 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ruim driekwart van de ondervraagden vindt dat er ruimte genoeg is om je eigen identiteit te ontwikkelen. Iedereen moet ook de ruimte krijgen om zijn mening te uiten mits anderen daarbij niet in hun vrijheid belemmerd worden vindt 75% van de ondervraagden.
Hoewel ‘de’ Nederlander verschillende identiteiten heeft, is er toch weinig verschil van inzicht over de vraag welke ‘eigenschappen’ Nederlanders delen. Over de vraag of je naast Nederlander ook Europeaan kunt voelen zijn de meningen sterk verdeeld.
In het Nationaal Vrijheidonderzoek worden jaarlijks de opvattingen van burgers gepeild rond vrijheid en onvrijheid en staat de vraag centraal waar de vrijheid in het gedrang komt. In 2009 zijn Nederlanders - autochtonen en allochtonen - ondervraagd over het thema ‘Vrijheid en identiteit’. Vrijheid en identiteit kunnen op gespannen voet staan met elkaar. Waar individuen en groepen hun identiteit superieur achten en deze - met geweld - opleggen aan anderen, daar wordt de vrijheid van de ander geschonden. Met het Nationaal Vrijheidsonderzoek geeft het Nationaal Comité een impuls aan het debat over de vrijheid. Dit debat wordt op 5 mei op vele plekken in het land gevoerd onder andere op de 13 bevrijdingsfestivals en met de 5 meilezing van staatssecretaris Timmermans ‘Vertel me wie ik ben’.
Vrijheid van meningsuiting
Opvallend is dat ondervraagden het ‘uitkomen’ voor de eigen identiteit vooral koppelen aan vrijheid van meningsuiting. Identiteit draait volgens Nederlanders dus vooral om ‘kunnen zeggen wat je denkt’. Dat de vrijheid van meningsuiting belangrijk wordt gevonden zien we al jaren, 50% van de mensen vindt dit het belangrijkste grondrecht. Toch heeft het belang dat men hieraan hecht afgelopen jaren wel aan belang ingeboet. Mogelijk hangt dat samen met het feit dat men het in de samenleving van steeds groter belang vindt om ‘anderen in hun waarde te laten’ (56%).
Eensgezind over eigenschappen van Nederlanders
Er bestaat weinig verschil van inzicht over de vraag welke ‘eigenschappen’ op Nederlanders van toepassing zijn, zoals de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, het zich houden aan tradities en regels, omgangsvormen, het vermijden van conflicten, verdraagzaamheid, vertrouwen in de overheid. Zowel autochtonen als allochtonen denken hier hetzelfde over.
Volgens een ruime meerderheid van de ondervraagden delen Nederlandse burgers dezelfde waarden over onderwerpen als democratie, individuele vrijheid en mensenrechten. Zij denken dat Nederlanders niet dezelfde waarden hebben als het gaat om solidariteit, respect voor anderen en de bescherming van minderheden.

Trots
Een ruime meerderheid is trots op het Nederlanderschap. Als reden daarvoor noemt men vooral de vrijheid waarin we in Nederland leven. Het sterkst wordt de nationale identiteit gevoeld bij nationale feest- en gedenkdagen (Koninginnedag, Dodenherdenking) en internationale sportevenementen. Over de vraag of het mogelijk is om je zowel Nederlander als Europeaan te voelen, zijn de meningen sterk verdeeld; 27% denkt van wel, 36% van niet en de anderen weten het niet.
Voor de overheid geen rol
Er is weinig enthousiasme bij de ondervraagden voor initiatieven van de overheid om pluriformiteit - en daarmee de ontwikkeling van de identiteit - te stimuleren via bijvoorbeeld het subsidiëren van culturele instellingen of omroepen. Steun is er enigszins voor het financieren van openbare èn bijzondere scholen, 58% van de ondervraagden is daar enigszins tot sterk voor.
Bezorgdheid
Wanneer het over wereldproblemen gaat, maken Nederlanders zich verreweg de meeste zorgen over oorlogen. Op nationale schaal maakt men zich vooral zorgen over agressie en geweld en in toenemende mate ook over egoïsme en individualisme, tegelijkertijd is het juist die individuele vrijheid die volgens veel mensen hoog in het Nederlandse vaandel staat.
In de afgelopen 20 jaar zijn volgens 79% van de mensen de tegenstellingen in de samenleving toegenomen met name op het gebied van geloof en levensovertuiging (67%), sociale klasse en herkomst (beide 40%).
|