Hoofdmenu
Home
Doel
Witte Anjer
Vlaginstructie
Regio
Landelijk
Overige
- - - - - - -
Aanmelden Veteranendagen
- - - - - - -
Contact
Sitemap
Links
Zoeken
Oefening
Militaire oefening op de Maasvlakte in...
Eenheden van de Groep Geleide Wapens van de Koninklijke Luchtmacht vertrekken maandag 7 juni vanaf l...
Bijzondere oefening dwars door Nederland
Alle mogelijkheden van strategisch transport worden de deze week door 13 Gemechaniseerde Brigade b...
Rss Feed
Harder inzet op vervolging oorlogsmisdadigers E-mail
Tuesday 06 October 2009
Minister Hirsch Ballin van Justitie verruimt de mogelijkheden om internationale misdrijven op te sporen en te vervolgen. Straks kan Nederland met terugwerkende kracht genocide beter aanpakken, verdachten van genocide en oorlogsmisdrijven in een niet-gewapend conflict uitleveren en strafvervolging overnemen van een internationaal gerecht. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat de bewindsman vandaag voor advies naar verschillende instanties heeft gestuurd, zoals het openbaar ministerie en de Raad voor de rechtspraak. Het wetsvoorstel is een belangrijk onderdeel van het versterkingsprogramma opsporing en vervolging internationale misdrijven dat de minister eerder dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer aankondigde.
Nu heeft Nederland met de Wet internationale misdrijven voldoende rechtsmacht om hier verblijvende vreemdelingen te vervolgen die verdacht worden van internationale misdrijven, waaronder genocide. Maar die wet is alleen van toepassing op misdrijven die ná 1 oktober 2003 zijn gepleegd. Om oude strafzaken over genocide te kunnen vervolgen is de Uitvoeringwet genocideverdrag van toepassing waarvan de rechtsmacht beperkt is. Vervolging is alleen mogelijk als het misdrijf genocide is begaan door of tegen een Nederlander. Dit betekent in het geval van de genocide in Rwanda dat het openbaar ministerie een in Nederland verblijvende vreemdeling niet zal kunnen vervolgen voor genocide, maar noodgedwongen oorlogsmisdrijven of foltering ten laste moet leggen.

Daarom wil de minister de Wet internationale misdrijven uitbreiden en de daarin opgenomen ruime rechtsmacht voor genocide laten terugwerken tot het moment van inwerkingtreding van de Uitvoeringswet genocideverdrag: 18 september 1966.

In het algemeen is terughoudendheid gepast bij toekenning van terugwerkende kracht, aldus de bewindsman in de toelichting op het wetsvoorstel. Maar het is onaanvaardbaar dat een vreemdeling die zich elders schuldig heeft gemaakt aan genocide hier gevrijwaard blijft van vervolging, omdat Nederland daarvoor ten tijde van het misdrijf geen rechtsmacht had. Dat is een onwenselijk signaal naar slachtoffers en hun familie. Genocide wordt binnen de internationale rechtsorde tot de meest ernstige misdrijven gerekend.

De maatregel is ook van belang omdat het openbaar ministerie en het team internationale misdrijven de komende jaren nog vaak te maken zullen krijgen met oude strafzaken waarbij het in veel gevallen gaat om genocide. Veruit de meeste zaken gaan over naar Nederland afgereisde vreemdelingen die zich schuldig hebben gemaakt aan internationale misdrijven, zogenoemde 1 F-zaken. Voorbeelden zijn de genocide in Rwanda in 1994, de oorlogen in Afghanistan in met name 1978-1992 en de strijd in het voormalige Joegoslavië.

Ook regelt het wetsvoorstel de uitlevering van personen door Nederland aan (verdrags)staten en internationale gerechten voor genocide en oorlogsmisdrijven in niet-internationaal gewapende conflicten. Vanwege een effectief 1F-beleid en de verantwoordelijkheid van Nederland als gastland van verschillende hoven en tribunalen is het wenselijk dat uitlevering mogelijk is voor alle internationale misdrijven, zoals omschreven in het Statuut van Rome en de Wet internationale misdrijven.

Verder komt er een voorziening waardoor Nederland een verzoek van een internationaal gerecht kan inwilligen om strafvervolging over te nemen. Volgens de huidige strafwetgeving kan dat niet.

De mogelijkheden van internationale gerechten om verdachten van internationale misdrijven te vervolgen en te berechten, zijn niet onbeperkt. Vanwege het tijdelijke en beperkte mandaat richten internationale gerechten hun vervolgingsbeleid vooral op de ‘high level suspects’. De vervolging en berechting van personen die een minder grote rol in het complex van strafbare feiten hebben, worden veelal overgelaten dan wel overgedragen aan nationale autoriteiten.
 
< Vorige   Volgende >
agenda 2010

Website Powered by Peltier Media
Regionale Veteranendag.nl alle rechten voorbehouden - disclaimer
var gaJsHost = (("https:" == document.location.protocol) ? "https://ssl." : "http://www."); document.write(unescape("%3Cscript src='" + gaJsHost + "google-analytics.com/ga.js' type='text/javascript'%3E%3C/script%3E"));